Life in colour

We kijken naar deel twee van de natuurdocumentaire Life in Colour van Sir David Attenborough. 

De kinderen vinden het prachtig. Als we ze zelf laten bepalen, kijken ze alleen maar Netflixseries, Lego Ninjago, Power Rangers, Barbie life in the dreamhouse. En dat is ook prima. Maar wanneer ze dat kijken, schakelen ze toch een beetje uit. ‘Leeg entertainment’ is misschien te kort door de bocht, maar het is meer consumptie dan beleving.

Een paar weken geleden keken we ‘Per seconde wijzer’ met hen en dat was een schot in de roos. Wat ze ook prachtig vinden zijn programma’s op Discovery waarin wordt uitgelegd hoe dingen werken of bijvoorbeeld het productieproces van pakweg pindakaas of beton wordt getoond. Je ziet bij wijze van spreken hun wereld groeien.

Op school leren ze dit niet. Daar kijken ze Jeugdjournaal en Snuf de Hond. Maar in een wereld waar alles steeds digitaler gebeurt en de afstand tussen mens tot mens geforceerd op minimaal anderhalve afstand wordt gehouden, is er veel dat onze kinderen niet meer zien of meemaken. Maar goed, dat is een ander verhaal. 

Netflix heeft meer in de aanbieding dan Barbie, Lego en Stranger Things. Natuurdocumentaires bijvoorbeeld.

We zien een groepje herten die nietsvermoedend staan te grazen, terwijl een tijger hen tegen de wind in besluipt. Plotseling krijst een Langoer aapje een luide waarschuwing door de jungle en slaan de herten op de vlucht.

De dochter van zes die helemaal meegesleept werd in het verhaal, roept uit: ‘Lekker voor je, tijger!’

Broer van negen: ‘Nou, het is voor die tijger ook niet leuk hoor. Stel je voor dat jij net een hap van een pannenkoek wil eten en dat die zo onder je neus wordt weggetrokken.’

Dagschaak

De dochter van zes ploft op mijn bed.

‘Papa, vandaag wordt het half zonnetje en regen,’ zegt ze.

‘Oh, hoe weet je dat?’

‘Stond in de krant,’ zegt ze terwijl ze over het bed heen en weer rolt.

‘Lees jij de krant?’ Ik ben oprecht verbaasd.

‘Ik lees altijd het weerbericht en de dagschaak.’

Dat laat ik even bezinken. ‘Wacht even. Vandaag is zondag. Er ís geen krant.’

‘Het stond gister in de krant.’ Ze maakt een koprol over het voeteneind.

‘Het weer van vandaag stond gisteren in de krant?’ vraag ik verbaasd.

‘Duh. In de krant staat altijd het weer van morgen.’

Ik had geen idee. Zo blijkt maar weer eens hoe zorgvuldig ik die krant lees. Nu heb ik sowieso niet zo’n aandacht voor het weerbericht. Nooit gehad. Zo komt het nogal eens voor dat ik op een onverwacht warme dag in lange broek en trui rondloop of op een plotseling frisse zomerdag heel suf in t-shirt met korte broek tevoorschijn kom. Westenwind, zuidenwind, het zegt me niets. Ik merk of ik tegenwind heb als ik er doorheen loop. 

‘Mag ik op de tablet?’ vraagt ze. Ook een standaard zondags ritueel. 

‘Wacht even,’ zeg ik opnieuw. ‘Jij kan schaken?’

‘Ja,’ zegt ze, alsof dat de normaalste zaak van de wereld is terwijl ze zich op haar ellebogen opricht en haar benen de lucht in steekt.

Ok. Wist ik niet. Maar goed, dit is een kind dat zichzelf veters leerde strikken toen ze vier was.  

‘En je weet wat de dagschaak is?’

‘Ja. Een puzzel die je moet oplossen. Bijvoorbeeld dat je een paard moet slaan.’

‘Huh.’

Ze laat zich zuchtend weer vallen. ‘Mag ik nou op de tablet?’

‘Ja, pak maar. Pak je dan meteen voor mij de krant?’

Even later werpt ze me vanuit de deuropening de krant toe en gaat op haar eigen bed Barbie – life in the dreamhouse kijken. Ik sla de krant open en blader naar de dagschaak.

Even zien. Wat gebeurt er als je dat paard slaat?

Leven in lockdown

Ik belde met mijn zusje. Onze grote broer wordt 50 deze week, dus ze wilde wat organiseren. Ik denk niet aan dat soort dingen, maar zij gelukkig wel. Wat zouden we doen? Kijk, een feestje kan niet met de huidige besmettingscijfers, maar een cadeautje kan altijd. We wilden samen iets geven, daar hadden we het over.


Tegenover me zat de jongste dochter te eten. Haar ontbijt bestond uit twee goed belegde bruine boterhammen, een dubbele plak ontbijtkoek, een handvol druiven en een sinaasappel. Ongeveer wat ik op een hele dag eet dus.
Al kauwend vroeg ze: ‘Wie heb je aan de lijn?’


‘Drie keer raden,’ zei ik terwijl in mijn oor mijn zusje de voor- en nadelen van verschillende dinerbonnen uiteenzette.


‘Oma?’ vroeg de dochter.


Ik schudde mijn hoofd en maakte instemmende geluiden tegen de telefoon opdat mijn zusje wist dat ik mijn aandacht er nog bij had. Bedachtzaam kauwde de dochter verder.


‘De gemeente? Forry dat ik met volle mond praat.’


De gemeente? Ik schudde mijn hoofd weer.
We spraken af dat mijn zusje een cadeaubon namens iedereen zou regelen en dat ik nog wel zou horen wat de schade was. Een uitkomst van het gesprek die op voorhand al vast lag. Ik hing op.


‘Andere oma?’ vroeg de dochter van zes.


‘Helaas nee,’ zei ik. ‘Vooruit je mag nog één bonuskeer raden.’


‘Forry, verder ken ik geen mensen.’


Leven in lockdown.

Schoenen

We waren met de kinderen “uit winkelen”. Dat mag weer namelijk. Het is een bezoeking geweest om vier kinderen gekleed en in passende schoenen te houden met gesloten winkels gedurende drie seizoenswissels. Ik geef ruiterlijk toe: dat is niet altijd gelukt. Nog een godsgeluk dat gaten in broeken tegenwoordig weer hip zijn (in tegenstelling tot het woordje ‘hip’).

Het is een verademing dat ze schoenen weer gewoon eerst kunnen passen en dat je gewoon terug kunt zetten wat je niet koopt. Een paar maanden terug moest ik voor ieder paar dat ze niet pasten een retourzending aanmaken, die ik vervolgens niet uitgeprint kreeg omdat de printer niet thuis gaf. Als ik die eindelijk aan de praat had, bleek de inkt op. Let wel: de gekleurde inkt. Maar dat maakt niet uit, want dan print hij voor de zekerheid ook maar geen zwartwit meer. Moest ik dus eerst nieuwe cartridges bestellen. Wel van een B-merk natuurlijk. Want die kosten de helft van het geld en zitten twee keer zo vol. En werken net zo goed. Zeggen ze. Bij onze printer gingen echter alle alarmbellen af. Wist ik wel zeker dat ik deze cartridges wilde plaatsen? Aanvaardde ik het risico dat het apparaat onherstelbaar kapot zou gaan van deze malafide inktvulling en zag ik daarmee inderdaad af van enige vorm van ondersteuning die HP ooit nog zou gaan bieden?

Natuurlijk klikte ik op JA, want het gaat nergens over, maar je gaat toch even twijfelen. En inderdaad, de testpagina rolde moeiteloos uit het apparaat. Voor een goede uitlijning moest ik de testpagina weer inscannen en nog eens uitdraaien. Dan zouden alle kleurtjes echt tussen de lijntjes komen. Ik zag geen verschil. Nog blij dat ik een B-merk cartridge had gekocht, anders was ik inmiddels alweer op de helft van mijn inkt geweest.

Kon ik eindelijk het retourdocument afdrukken, kom ik erachter dat dit pakket alleen via DHL geretourneerd kan worden. Dat kan niet via het postkantoor of postnl.punt. Dan maar naar de fietsenmaker in de stad die ook een pakketpunt is.

Correctie: de fietsenmaker die ook een pakketpunt was, want die was ermee gestopt. Moest ik dus eerst weer Googelen waar een ander pakketpunt was. Twee kilometer verderop bij de Karwei. Op de fiets dus maar weer. Maar bouwmarkten waren dicht vanwege de lockdown. Alleen open voor noodgevallen. Niet voor pakjes. Je zou denken dat iemand het online zette bij de DHL.

Er bleek ook een DHL punt in de Spar te zitten, twee kilometer verderop. Inmiddels was ik zes kilometer van huis, maar supermarkten waren gelukkig nog open. Dus daar zou ik wel van de schoenen afkomen. Kom ik aan, mondkapje vergeten. Je kunt nergens naar binnen om mondkapjes te kopen, want: zonder mondkapje mag je niet naar binnen. Catch 22. Om weer helemaal naar huis te fietsen, zes kilometer heen, zes kilometer terug, daar had ik ook geen zin in. Dus maar een sok uitgetrokken en mondkapje geïmproviseerd, schoenen ingeleverd, en weer terug naar huis gefietst.

Nu wilden we niet voor ieder paar schoenen een tocht van zes kilometer fietsen, dus vervolgens bestelden we in bulk: Voor alle vier de kinderen twee paar schoenen in verschillende maten. Wat niet paste, konden we dan in één keer retourneren. Toen kwamen we erachter dat Scapino helemaal niet aan retourzendingen deed. Wat je niet wilde houden, kon je na de lockdown gewoon komen inleveren in een winkel. Zo kwam het dus dat er van december tot april een stuk of tien schoenendozen in de gang gestapeld stonden.

Een lang verhaal kort: blij dat we weer offline schoenen kunnen kopen.