Weer naar school

Het is weer de eerste week van het nieuwe schooljaar. Na zes weken volledige ontregeling moeten we weer even in het ritme van de basisschool komen. Het valt al niet mee dat we weer moeten opstaan met een wekker, maar aangezien we die zo laat mogelijk zetten, loopt de strakke tijdsplanning al in de soep bij de opstopping voor de badkamer. Kleine kinderen worden groter en badkamers worden niet meer even gemakkelijk gedeeld. Het duurt ook allemaal net iets langer.

Zo blijft er alweer minder tijd over voor het ontbijt, tandenpoetsen, lunch klaarmaken en tassen inpakken. Het leegruimen van de vaatwasser schiet er dan al snel bij in. En vanochtend zaten de konijnen ook een beetje beteuterd te kijken vanuit hun hok. In alle bedrijvigheid waren we allemaal vergeten het water en hooi te verversen. Geen zorgen, dat is goed gemaakt. De konijnen hebben uit kortstondige rancune de Sundaville kaal geknaagd en wij hebben ons verlies geaccepteerd. Lesson learned.

Voordat dan iedereen de deur uit rent, moeten we snel nog nazoeken wie ook alweer wanneer gymles had. Daar hebben we namelijk keurig bericht van gehad voor de zomervakantie, maar ik heb er geen notitie van gemaakt. Dus eerst de email-inbox helemaal terugscrollen naar eind juni om dat uit te zoeken en alsnog netjes op de kalender te zetten.

Nou goed, ik houd erover op. Het is druk zo’n eerste schoolweek. Dat weten we nou allemaal wel.

Ik weet niet of dit bij meer mensen zo is, maar onze kinderen gaan harder praten als ze weer op school zijn geweest. Ik denk dat hun normale spraakniveau een significant aantal decibel hoger ligt in de middag na een eerste schooldag. Ik denk dat de juffen – het zijn allemaal juffen – aankomend weekend een stiltegebied opzoeken om te herstellen.

Hoe was het nou, die eerste dag weer op school? Ik vroeg het de dochter van zes die in groep 4 begon.

Dochter van zes: ‘School is school.’

Maar wat hebben jullie dan gedaan?

Dochter van zes: ‘Schooldingen.’

Maar wat dan? Lezen? Rekenen? Vertellen over de vakantie?

De dochter van zes haalt haar schouders op en loopt weg. ‘Gewoon. Schooldingen.’

Zomerzwemmen

In de zomer is er geen zwemles. Daarvoor in de plaats is er zomerzwemmen. Dat is eigenlijk ook zwemles, maar het is vaker, duurt korter en het is rustiger. Win win win wat mij betreft.

Aangezien de dochter van bijna zeven een jaar geen zwemles heeft gehad door de lockdowns is het een uitgelezen kans om een inhaalspurt te maken.

Ouders mogen niet langs het bad zitten, maar worden op veilig afstand gehouden in de zwembadrestauratie, als dat een woord is. Onder het genot van een kopje koffie kun je dan je kind zien zwemmen op een televisiescherm. In theorie althans. In de praktijk is het een veel te klein schermpje waar eigenlijk niet op te onderscheiden is welk roze badpak bij mij hoort. Ook is de webcam nogal eens beslagen. Dan houdt het helemaal op.

De jongste dochter zit in badje A dus over enkele maanden wordt het eindelijk afzwemmen. Badje A betekent echter ook dat ze iedere les in zwemkleding moet komen. Zwemkleding. Op de website van het zwembad kun je vinden aan welke regels die moet voldoen. Een lange, niet nauwsluitende broek, met zakken en een ritssluiting. Een shirt met lange mouwen tot op de pols. Geen pailletjes, strikjes, lintjes of losse onderdelen toegestaan. Een shirt moet wel nauwsluitend zijn, maar niet op de huid. Kleding mag niet waterafstotend zijn. En dan heb ik het nog niet eens over de schoenen.

Toen de broers en zus zwommen, luisterde dat allemaal niet zo nauw. Gewoon een oude broek en een shirt, waterschoenen en gaan.

De enige broek met rits en zakken die de dochter van zes heeft, is een stevige water opzuigende spijkerbroek waarmee ze direct op de bodem ligt als ze stopt met bewegen.

In eerste instantie ging ik op zoek naar een wat dunnere broek met rits en zakken. Nou vindt die maar eens voor meisjes. Ritsen en zakken zijn kennelijk helemaal uit. Na een paar zomerzwemlessen was ze ook eigenlijk wel gewend aan de zware broek. Na de laatste zwemles was de zwemjuf ook vol lof over haar watertrappelen.

‘Ze ging tekeer als een buitenboordmotor. Alsof haar leven ervan afhing.’

Dat was ook zo.

Schooltuintjes

Elke woensdagochtend in de vakantie zijn van tien tot 12 de schooltuintjes geopend. We waren een paar weken naar Frankrijk en de afgelopen twee weken vergaten we het. Hoog tijd dus om eens poolshoogte te gaan nemen. Deze woensdag trokken we onze laarzen aan en gingen gewapend met harkje en schepje onkruid wieden op de schooltuintjes van de tweeling. 

Aan de rand van het terrein stond een houten paal die helemaal vol zat met slakken. Ook zagen we nog een dikke haag brandnetels.

‘Zullen we die straks ook meenemen?’ vroeg ik. ‘Lekker, om thee van te maken?’

‘Ja hoor,’ zei de dochter van zes. ‘Nog een paar naaktslakken erbij voor in de soep?’

Het tuintje van de zoon van negen lag er gezellig bij. Een enorme struik dahlia’s en vrolijke afrikaantjes sierden zijn tuintje op.

Niet alleen voor de mooi wist hij te vertellen. De kleurige afrikaantjes vervullen een dubbelfunctie. Ze beschermen de wortels van de aardappels tegen aaltjes en trekken alle slakken naar zich toe die anders de groenten aanvallen. Wist ik niet. Weer wat geleerd deze vakantie.

Er was zacht gezegd een boel gebeurd de afgelopen maand. Er lagen courgettes zo groot als watermeloenen, uien die inmiddels zichzelf al gerooid hadden, omhangende zonnebloemen vol zaadjes, doorgeschoten rode kolen, een struik snijbiet en sperziebonen. Zo veel sperziebonen. We hebben met zijn vieren staan plukken en plukken om binnen het tijdsbestek van een woensdagochtend alle sperziebonen te plukken. Ik denk dat we tot 2022 verder kunnen op sperziebonen. Maar van ieder van de vijf geoogste courgettes kan ook het hele gezin een dag eten. 

De maïskolven waren ook al flink en de zoon van 11 vroeg zich af of die ook al mee konden. Pas als je de gele korrels tevoorschijn ziet komen wist de vrijwilliger te vertellen. We zouden er even een doorgeknipt melkpak overheen moeten zetten om de maïs tegen de vogels te beschermen. Dat hadden we dan net niet bij ons. Wat we ook niet mee hadden, was een tas om de groenten in te vervoeren. Oeps. Met handen vol sperziebonen, armen vol uien en een gigantische bos dahlia’s liepen we op en neer naar de auto. Tenslotte namen we per persoon nog een courgette mee. De dochter van zes had er zichtbaar moeite mee.

De snijbiet lieten we mooi staan. Dat lust toch niemand.

Meeuw en gans

Vorige week telde twee zonnige dagen op rij. Een unicum voor deze augustus, dus wij waren vastbesloten daar optimaal gebruik van te maken.

Op woensdag was het nog heerlijk rustig geweest bij de recreatieplas, dus toen we donderdag weer gingen was het wel even slikken toen we zagen dat er al auto’s in de berm geparkeerd stonden voordat we de parkeerplaats in het zicht hadden.

Bij het strandje zelf bleken er ook veel mensen op de fiets te zijn gekomen. Het strandje was overvol. Ik heb zelf een jaar lockdown in mijn systeem, dus ik beken gerust dat ik daar enig ongemak bij voelde.

Wij liepen zo ver mogelijk door, tot aan het eind van het strand waar de massa zich een beetje uitgedund had en anderhalve meter afstand van handdoek tot handdoek realiseerbaar was.

We doken het verkoelende water in en zwommen naar ‘de bollen’, de lijn van boeien die het zwemwater van het vaarwater scheidt. Als mikpunt hadden we een paal waarop de dochter van zes een vreemde vogel had gespot. Wit, met goudkleurige borst, grijze vleugels, zwart kopje.

Dichterbij gekomen zag ik het beter. Het was een meeuw die door olie gedobberd was.

‘Een kokmeeuw,’ zei ik. De zoon van negen probeerde voorzichtig zo dichtbij mogelijk te komen. Al gauw begon de meeuw onrustig te wippen en vloog weg.

Dan ziet de zoon van negen even verder op een gans. Met de stem van Lucky TV Freek Vonk roept hij enthousiast uit: ‘Kijk een gans! Kicken! Ik ga hem pakken!’

Hij zwemt snel op de gans af. Over zijn schouder roept hij nog: ‘Hebben we de barbecue mee?’

Als we even later terugzwemmen ziet de dochter van zes weer een vogel:

‘Kijk pap, daar zit weer zo’n cocktailmeeuw!’

Billen

De vakantie naar Frankrijk begint in de auto. Voordat we op reis gaan is er al dagen lang aandacht besteed aan de perfecte vakantie CD. Dit is een projectje van mij en de kinderen waar mama strikt buiten gelaten moet worden. De vakantie CD moet voor haar een verrassing blijven.

De kinderen kijken in de auto dan ook altijd afwachtend naar mama om te zien of zij even enthousiast wordt van de nummers van Billie Eilish, Bibi en Snollebollekes die zij gekozen hebben.

Meestal wel, al was het maar omdat het enthousiasme van de kinderen zo aanstekelijk werkt. En laten we wel wezen, wie zingt nou niet graag mee met ‘Kaboeja super de Bom.’

Dit jaar merkten we bij herhaalde beluistering van de vakantieliedjes ook een zeker trend op.

Bobbelen van de Snollebollekes, All about that Base van Meghan Trainor, de pinguïndans, de themesong van Kapitein Onderbroek. Het was onmiskenbaar. Het thema van de vakantie CD was billen.

Vervolgens komt zo’n billenmotief dan overal terug. De strandbingo in het vakantiedoeboek die als opdracht ‘bilspleet’ heeft, het standbeeld in het park van St Junien dat in blote billen staat. Overal billen.

Ik was dan ook niet verbaasd toen ik in mijn hangmat gelegen, las dat mijn favoriete schrijver Robin Sloan op een treinreis van Californië naar Chicago urenlang zwemmers in de Colorado rivier hun blote billen aan hem zag tonen. Ik moest er hardop om lachen.

‘Waarom lach je papa?’

Ik legde het uit. Vervolgens moest ik hun moeder uitleggen waarom haar vier kinderen de hele vakantie hun witte blote billen lieten zien aan iedere trein die ze langs zagen komen.