Er zijn van die typische herfstdingen die de kinderen ieder jaar opnieuw willen doen. Spinnetjes maken van kastanjes, hazelnoten rapen om taarten te bakken, en paddenstoelentour zijn daar enkele voorbeelden van. Zo plan je een herfstvakantie vlot vol.
We hadden al hazelnoten geraapt in de Leidse Hout, maar de kinderen herinnerden zich nog een plek waar we twee jaar geleden onder een paar Amerikaanse hazelaars ook flink konden rapen. En bingo. We raapten met enig gemak een kilo hazelnoten bij elkaar.

We legden ze in de vensterbank te drogen terwijl de zoon van elf in zijn Donald Duck receptenboek een goed recept uitzocht. Het werd Willie Worteltjestaart. Voor de andere ingrediënten ging hij zelf naar de supermarkt en de rest van de middag waren hij en zijn zusje van zeven bezig in de keuken: noten kraken, wortels raspen, oven voorverwarmen en iets met mascarpone en poedersuiker. Ze bakten een taart. Het duurde de gehele zaterdag, maar ik herhaal: ze bakten een taart.

Op maandag gingen we op paddenstoelentour. We reden naar het Lage Bergse bos, waren we nog nooit geweest. Weer eens iets anders. Wel lastig als je de weg niet precies weet en op het laatste moment van baan wilt wisselen terwijl het verkeer eigenlijk vindt dat je het een paar honderd meter geleden eigenlijk al had moeten weten.
Zoon van negen: ‘Die auto laat ons voor.’
Dochter van zeven: ‘Was het een Friat?’
Zoon van elf: ‘In elk geval geen Audi.’
‘Hoezo niet?’
‘Die zou dat nooit doen.’
Het Lage Bergse bos is een bos in de ruimste zin van het woord. Het is vooral ook park, vijver en hondenuitlaatgebied. Toch is het wel leuk met de vele door bruggetjes aan elkaar verbonden eilandjes. De Schotse Hooglanders geven het nog wat extra. Wel uitkijken voor de vlaaien die her en der verspreid liggen. Ook is het goed hutten bouwen in dit bos. En goed paddenstoelen zoeken. We zagen tonderzwammen, geschubde inktzwammen, glimmerinktzwammen, zilveren boomkussens, weke oorzwammetjes, groene schelpzwammetjes. De ene naam nog grappiger dan de andere.

Zoon van negen: ‘Kom kijken, er zit hier een kaaskleurige paddenstoel!’
‘Waarom zeg je niet gewoon geel?’ vraagt de zoon van elf zich af.
‘Kom op, check hem met je app!’
De zoon van elf richt de telefoon op de paddenstoel en: ‘Het is 67% een prachtvlamhoed.’
‘En die andere 43%?’
‘Niks.’


